.RU

Historie der martelaren die, om de getuigenis der evangelische waarheid, hun bloed gestort hebben, van Christus onze Zaligmaker af tot het jaar 1655 - старонка 22


Velen werden op Turkse wijze, met pinnen in hun fundament te slaan opgeheven, anderen werden met palen door de buik aan de grond vastgehecht. Bij het beschrijven van deze afgrijselijke dingen zou ons de pen bijna uit de hand vallen; ja, wanneer wij er slechts aan denken, siddert ons gehele lichaam, en de haren rijzen ons te berge. Het moet wel een hart zo hard als diamant, een stalen hand en een ijzeren pen zijn, die deze, ellendige schouwspelen en verschrikkelijke voorbeelden der onmenselijke onbarmhartigheid, die bij de ouden, ja bij de meest barbaarse volken nooit gehoord, veel minder ooit onder de christenheid werden aanschouwd, wilde beschrijven. Wat er nu reeds van verhaald is, is nog maar het minste gedeelte van wat bij dit bloedbad afgrijselijks en schandelijks geschied is. Aangezien het in het dal Lucern zo onstuimig en woedend is toegegaan, dat de gevluchten, die zich met de grootste spoed moesten redden, niet konden terugkeren, om te zien, hoe het de achtergeblevenen gegaan was, hebben wij alle omstandigheden, de namen en het aantal der personen, die op zulk een erbarmelijke wijze werden vermoord, niet te weten kunnen komen.

Van hen, die levend voor de markgraaf van Pinasse werden gebracht, en hun godsdienst niet wilden verloochenen, werd een groot aantal, en onder hen de heer Gros en Aghit, predikanten te Villar en Boby, naar Turijn gevoerd. De anderen, die als uit de brand, door Gods genade, waren ontkomen, wisten hun leven te redden in de nabij gelegen dalen. Enige sleepten hun vrouwen en kinderen, onder hete tranen en zware verzuchtingen, met zich; anderen, die de hunnen hadden verloren, klaagden en schreiden op jammerlijke wijze. Aldus werd het dal Lucern verwoest, dat, Rocheplatte daarbij gerekend, zeven gemeenten, ieder van omtrent drie duizend zielen, telde, uitgenomen Rocheplatte en Rora, waar er minder waren.

Het is niet onbekend, dat de aanleggers van deze schandelijke, barbaarse, ja onmenselijke daad, daar zij zagen, dat de gehele wereld daarvan een afkeer had, en jegens de bedrijvers ervan met recht vertoornd was, die zoveel mogelijk zochten te verkleinen, door voor te geven, dat deze gruwelen niet dan alleen jegens hen, die zich verzet hadden, en de soldaten niet wilden ontvangen, noch hun enige levensmiddelen verschaffen, hadden plaats gehad. Later zeiden zij weer, dat de boosdoeners en Fransen dit uit eigen beweging hadden gedaan, zonder bevel van hun overheden. Maar de onwaarheid van deze flauwe en nietige verontschuldiging, waardoor de daders ervan, zich voor God en mensen gehaat maakten, was al zeer spoedig te ontdekken. Hoe durfden zij met de eerste verontschuldiging voor de dag te komen, daar de zaak zelf die tegensprak. Is het dan een geringe zaak vrouwen en meisjes te schenden, benevens het verbranden, vermoorden, in stukken hakken, verscheuren en andere gruwelen, die wij hebben meegedeeld, en die volgens ooggetuigen zijn gepleegd? En dat men deze verontschuldiging staande houdt, met andere getuigen bij te brengen, die ooggetuigen en medeschuldigen waren, is toch tevergeefs. Wij hebben immers genoegzame grond om aan de verzekering van zulke getuigen te twijfelen, daar deze in vele andere opzichten van onwaarheid konden worden overtuigd. Niemand moet zich derhalve verwonderen, dat zij, die aan deze gruwelen schuldig zijn, deze zoeken te loochenen, zoveel in hen is. Deze moeten bedenken, dat, zovele bloeddruppels als er in deze moord vergoten werden, ook zovele getuigen zich tegen hen verheffen, die voor God om wraak roepen, evenals het bloed van Abel. En, wat de bewering betreft, dat zij, die de wapenen opvatten en zich verzetten, daarom zo werden behandeld; op welke grond kon men dat zeggen? Wij vragen hun, of zij met een goed geweten zeggen kunnen, dat de vrouwen, onschuldige kinderen en stokoude lieden, jegens welke de soldaten hun moedwil niet minder hebben aan de dag gelegd dan jegens anderen, of deze hun tegenstand hebben geboden? Waren zovele onschuldige schepselen van God, die deze moordenaars verscheurd, tegen de stenen verpletterd, ja uit de lichamen der moeders hebben gesneden, wel gewapend? Hebben de zwakke vrouwen, die, omdat zij niet wilden afvallen, in haar huizen levend zijn verbrand, wel enige tegenstand geboden? Het is er zover af, dat dit waarheid zou zijn, dat ook zelfs de mannen tot zulk een afgrijselijke tirannie geen reden gaven. Want, ofschoon zij geheel onverwachts te St. Jean en te la Tour door het leger werden overvallen en daarom, om het leven te beschermen, genoodzaakt waren enige tegenstand te bieden, zo is het ook zeker, wat zelfs de vijanden niet durfden ontkennen, dat de markgraaf van Pinasse, nadat hij de afgevaardigden van Angrona, Villar en Bobi met zijn vleiende woorden en vele dure eden had misleid, hun verzekerde, dat hun geen leed zou geschieden, wanneer zij slechts de soldaten, die hij zenden zou, benevens zijn volk, zouden ontvangen, wat immers ook zonder enige tegenstand heeft plaats gehad. Waarom heeft men deze in diezelfden tijd, toen zij Angrogna binnentrokken, de overige afdelingen zijwaarts naar la Tour, St. Jean en Bricheras, waar zij toch geen bestemde legerplaats hadden, laten optrekken? Was het niet om het beraamde bloedbad te doen plaats hebben, en dat van deze beklagenswaardige lieden, nadat hun de weg om op de bergen te vluchten was afgesneden, niemand zou ontkomen? Hieruit blijkt ook, zo klaar als de dag, welke grove onwaarheid het is te zeggen, dat, wanneer er iets gruwelijks heeft plaats gehad, dit niet is geschied op bevel van de markgraaf van Pinasse of van enige andere overheid, maar alleen door de woede der soldaten. Want, aangezien de markgraaf bevel gegeven had, dat het volk van alle kanten zou tezamen komen, wie twijfelt er dan aan, dat hij niet tevens bevel gaf van hetgeen er heeft plaats gehad? En, wanneer hij het niet had gewild, wie zou er dan aan twijfelen, dat hij geen middel zou hebben gevonden om dit te beletten, daar hij dit zeer gemakkelijk had kunnen doen? Het is echter maar al te goed bekend, dat men zulke uitvluchten gezocht heeft, en dat de raad van de voortplanting van het geloof niets anders wenste dan de goede lieden uit te roeien, en om dit te doen een van zijn voornaamste leden gebruikte.

Inderdaad, deze raad mag zich verontschuldigen zoveel hij wil, hij zal toch het geloof niet kunnen onderdrukken, dat hij van dit vreselijk onheil de voornaamste oorzaak is. Was hij niet te la Tour, toen de gruwelijkste dingen werden verricht? Heeft hij niet de straten met lijken en mensenleden, die men vaneen gescheurd had, bedekt gezien? Heeft hij zelfs niet enige gevangenen onder voorwendsel, dat zij de mis niet wilden bijwonen, toen hij die, onder aanbieding van genade, daartoe nodigde, laten ophangen? Heeft hij de diep gezonken booswichten, die zulke barbaarse daden pleegden, laten straffen? Toch niet. En wie twijfelt dan nog, of niet alles met zijn wil is geschied?

Nu zou licht iemand denken, dat het woeden van de tegenstanders door deze vreselijke verwoestingen enigermate zou zijn bevredigd. Doch neen, hun grimmigheid en razernij gingen nog verder, daar alle bewoners der dalen hun onmenselijkheid moesten ondervinden. Daarna werden de hervormde onderdanen van zijn koninklijke doorluchtigheid in het dal St. Martin, Perouse en Rocheplatte gedwongen de mis bij te wonen of huis en hof te verlaten. Zij besloten tot het laatste, en verlieten aldus, voor het leger kwam, hun huizen en bezittingen, en boden geen tegenstand. In weerwil daarvan werden hun bezittingen geplunderd en hun huizen en kerken in brand gestoken.

En, opdat nu niemand in de waan verkeert, dat dit de ruwe soldaten uit moedwil zonder bevel of tegen het verbod van hun overste zouden gedaan hebben, kan men het afschrift van eert brief zien van de heer Emanuel. Boschart, een pausgezind edelman, die in ons bezit is, waaruit zo klaar als de dag, het uitdrukkelijk bevel, om te doen, wat heeft plaats gehad, te zien is. Hij schrijft uit Perier van de 5e mei 1655, zowel in zijn naam als in die van de heren Coutes, Vagnon en Verdines, om de lieden te Rioclaret, in het dat St. Martin, tot inval te dwingen. Nadat hij enige voorbeelden van hen, die tot de roomse kerk zonden overgaan, had genoemd, laat hij volgen: Volbrengt met vlijt, wat gij doen wilt: want ik zweer u bij de heilige doop, dat de markgraaf van Penasse, die het volk tegen het dal St. Martin heeft aangevoerd, bevel had om alles te verbranden en uit te roeien, en ook om de wijnstokken en bomen van hen, die niet gehoorzamen wilden, om te houwen." Waaruit licht te besluiten is, dat het hun bepaald voornemen was, om hen die niet wilden gehoorzamen, te verdelgen, en dat de gehele oorzaak dezer vervolging lag in de godsdiensthaat, waarmee men hen ook wil verschonen of verontschuldigen, Doch, opdat de medelijdende lezer nog beter overtuigd zij, of men op rechtmatige wijze zulk een gestrengheid en dergelijke gruwelen jegens deze lijdende lieden gepleegd heeft, laat ons dan eens nagaan, welk recht zij hadden om in de plaatsen te wonen, waaruit zij verdreven werden. Want de grond van deze gehele handeling bestond daarin, dat men weet, welk recht de hervormden hadden te Lucern, Lucernette, St. Jean, la Tour, Bubiane, Fenil, Campillon, Uricheras en S. Second te wonen; uit welke plaatsen de heer Gastaldo, de gezant van zijn koninklijke doorluchtigheid, zonder enige voorafgaande waarschuwing, of gehoord te worden in hun gegronde redenen en verkregen toelating, hen verdreef, alsof zij slechts voor korte tijd in deze plaatsen waren binnengeslopen, en zich door geweld daar gevestigd hadden, en aldus de vroeger gestelde grenzen van hun woonplaats willekeurig hadden verplaatst. Hun onweersprekelijk recht op hun bezittingen daar is uit het volgende zo klaar als de zon te zien.

I. Eerstelijk, aangezien de Evangelischen niet pas of onlangs, maar van oude tijden en onnoemelijke jaren aan, in de bovengenoemde plaatsen hebben gewoond, zoals dat uit de oude geschriften en burgerboeken, als uit andere bevestigingen der aantekeningen van gezworen schrijvers te zien is, en uit ontelbare verzegelde brieven nog op heden kan worden getoond, dat namelijk hun vaders, grootvaders en voorouders, van vele geslachten herwaarts, die allen de hervormden godsdienst waren toegedaan, en die beleden, deze huizen en bezittingen, waaruit zij, tegen alle recht en billijkheid, zijn verdreven, werkelijk bewoond en bezeten hebben.

II. Dit wordt bewezen en bevestigd door de onpartijdige uitspraak van de rooms katholieke inwoners van die plaats, vanouds hun bijwoners, die dit zullen getuigen. Ja, die ook voor de overheid met eden hebben bevestigd, dat deze hervormden, zo lang zij zich herinneren, ook van hun kindsheid aan, in de genoemde plaatsen hun bijwoners waren.

III. Aangezien Zijn doorluchtige hoogheid, de heer Emanuël Philibert, na de oorlog door hem in 1561 ingevoerd, volgens het verdrag met zijn Evangelische onderdanen gemaakt, hun het volkomen recht gegeven heeft om in deze plaatsen te wonen. Uit de inhoud toch is het zeer duidelijk, dat zijn doorluchtige hoogheid het recht van de hervormden van te mogen wonen in het dal Lucern, niet heeft verbonden aan Boby, Villar, Angrogna, Rora en de omtrek van Bonnet, waarheen Gastaldo hen door zijn geschrift als wil verbannen."

Wanneer men nu dit verdrag goed inziet, blijkt daaruit zo klaar als de dag, dat deze genoemde plaatsen niet aangeduid worden, alsof de hervormden daar alleen en in geen andere plaatsen van het dal zouden mogen wonen; maar dat deze worden aangewezen, om daar hun godsdienst in het openbaar uit te oefenen, en iedere hervormde vrijheid gaf te mogen wonen en verblijven, waar ook zijn bezittingen gelegen waren. Men moet ook niet vergeten, dat het de kerkdienaren geoorloofd was de leden der gemeente, waar zij ook buiten de genoemde plaatsen mochten wonen, te bezoeken, te troosten en te doen, wat zij aan hen, volgens hun ambt, schuldig waren te bewijzen. Alleen was bepaald, dat er buiten de genoemde plaatsen geen predikatiën of samenkomsten mochten gehouden worden.

Tot bewijs van het bijgebrachte dient een kort uittreksel uit het verdrag, dat in 1561 tussen zijn doorluchtige hoogheid Emanuël Philibert, hertog van Savoye, en tussen de hervormde gemeenten der genoemde dalen is gemaakt en vastgesteld, zoals dat in de bovenstaande kerkelijke geschiedenis van het jaar 1561 en in de geschiedenis van de geestelijken Roranco, met goedkeuring te Turijn in 1649 gedrukt, uitvoerig is te vinden.

Artikel II. Aan de lieden van Augrogna, Boby, Villar, Valcluson, Pora, (als bewoners van het dal Lucern) en die te Prals, Bietone, Bodoret, Macel, Alaneille en Salsa, als bewoners van het dal S. Marlin is het geoorloofd hun vergaderingen, predikatiën en andere plechtigheden van hun godsdienst aan de gewone plaatsen te houden.

Artikel IV. De leden en inwoners der dalen Lucern en S. Marlin is het niet geoorloofd buiten de aangewezen plaatsen hun predikatiën of samenkomsten te houden, noch daar te redetwisten; en staat dit alleen hun vrij, die in de hen aangewezen streek wonen. Wanneer echter de een of ander wegens de godsdienst wordt aangehouden, is het hun vergund, zonder betaling van geldboete of het ontvangen van lichaamsstraf, verantwoording en rekenschap te geven.

Artikel VIII. Alle inwoners der genoemde dalen, die bij deze gelegenheid op de vlucht gegaan zijn, en zich elders ophouden, en aan hun godsdienst standvastig hebben vastgehouden, onverschillig wat zij voor de oorlog beleden hebben, is het geoorloofd met de hunnen weer naar huis te trekken, hun huizen en goederen te bewonen, en de predikatiën en vergaderingen, die hun kerkdienaren in de daartoe bestemde plaatsen zullen houden, te bezoeken, aangezien zeer velen in de dalen, buiten de aangewezen plaatsen, waar zij hun predikaties houden, wonen mogen, ook hun kerkdienaren hen bezoeken, en zo dit in hun godsdienst nodig is dienen; doch op deze plaatsen mogen geen predikatiën of andere samenkomsten gehouden worden.

Wij moeten hier opmerken, dat de geestelijke bij het overschrijven van dit artikel, in plaats van de woorden: "buiten de aangewezen plaatsen, waar zij prediken en hun godsdienst uitoefenen," zoals in het oorspronkelijke staat, en nu nog in de oudste afschriften gelezen wordt, de woorden "waar zij prediken" heeft weggelaten, en alleen geschreven: "buiten hun plaatsen of grenzen het begrip van de predikaties en van de woning aldus met elkaar te verwarren." Doch, niettegenstaande deze gruwelijke vervalsing zal ieder, die op het andere nauwkeurig let, evenwel duidelijk bemerken, dat door deze dalen niet de woonplaatsen der hervormden moeten worden verstaan, of dat men hen daarheen zou mogen bannen, aangezien de kerkdienaren met duidelijke woorden wordt geoorloofd de hervormden, die buiten deze streek wonen, te bezoeken.

Uit artikel XX1 blijkt, "dat de hervormden, die buiten de bepaalde plaatsen, waar zij hun predikatiën houden en godsdienst uitoefenen, goederen hebben gehad, niet alleen die mogen bewaren, maar het hun ook geoorloofd is andere te kopen en die te bewaren."

In Artikel XXIII wordt getoond, "dat bij de behandeling van deze bepalingen geweest zijn Michiel Reymondet en Joan Malanot, gemachtigden van de hervormden, zowel in naam van de gemeente te Taillare als in die van S. Jean, die nochtans de plaatsen waren waaruit Gastaldo, overeenkomstig zijn bevel, zich verstoutte de hervormden te verdrijven."

Deze artikelen, inzonderheid wat het recht aangaat van te wonen in de plaatsen, waaruit Gastaldo hen verjaagde, zijn voor de hervormden zo klaar en duidelijk, dat niemand, die deze goed inziet, kan nalaten de grote onrechtvaardigheid te bespeuren, die hun is aangedaan. Daarom zochten ook de tegenstanders, die met deze zaak geen raad wisten, zo lang de genoemde artikelen bleven bestaan, deze op allerlei wijze krachteloos te maken; en, naar wij hebben kunnen vernemen, wierpen zij, om die alle gezag te ontnemen, de hervormden vooral drie dingen voor.

1. Dat de hervormden het oorspronkelijke niet tonen konden.

2. Dat zijn doorluchtige hoogheid het niet had bevestigd.

3. Dat de hervormden de voorwaarden niet hadden gehouden, maar die verbroken.

1. Op de eerst tegenwerping, dat de hervormden het oorspronkelijke niet tonen kon, dient tot antwoord:
2010-07-19 18:44 Читать похожую статью
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • © Помощь студентам
    Образовательные документы для студентов.